CompAIR doet een frisse wind waaien door Herzele
Leerlingen zorgen voor een groter bewustzijn rond luchtkwaliteit
Een dertigtal vijfdejaars van het Sint-Paulus Instituut in Herzele startten een boeiend project onder leiding van hun leerkracht. Samen met de VMM en Digitaal Vlaanderen voerden leerlingen uit wetenschappelijke richtingen heel wat lokale luchtmetingen uit. Meten is namelijk niet alleen maar weten, het is óók je bewust worden van de impact van je keuzes.
In het voorjaar van 2024 werd er samen met de leerkracht en de VMM een lessenreeks rond luchtkwaliteit in het kader van het Europese CompAIR-project georganiseerd.
Wat is CompAIR?
CompAIR is een Europees project, dat burgers samen bracht in België, Bulgarije, Griekenland en Duitsland. Zowel leerlingen als geïnteresseerde burgers en lokale besturen stapten in verschillende pilootprojecten. Het doel? De kwaliteit van burgermetingen verbeteren en zo beleidsmakers van meer betrouwbare data voorzien. Door makkelijk bruikbare sensoren en duidelijke dashboards ter beschikking te stellen van burgers vult CompAIR de gaten in de beschikbare officiële gegevens.
De deelnemers van de pilootprojecten gingen na wat de impact was van vervuiling op het lokale leefmilieu. Maar er speelde meer: waren er misschien ook gedragswijzigingen merkbaar bij burger en overheid door samen in meetprojecten te stappen? Al snel bleek het wederzijdse vertrouwen tussen burgers en beleidsmakers inderdaad te stijgen door te werken met objectieve data.
Zo is er het voorbeeld van burgers die misnoegd waren over het circulatieplan in Sint-Niklaas en vreesden voor meer verkeer hun straat. Metingen met telraamsensoren, zowel voor als na de ingreep, leidden tot objectieve gegevens en bijgevolg tot gefundeerde beslissingen. Soms heeft de klagende burger of net het bestuur duidelijk gelijk, maar vaak ligt de waarheid ergens in het midden. Misschien rijdt er in totaal minder verkeer door iemands straat, maar wel net méér tijdens de spits. Samen kunnen bestuur en burgers dan zoeken naar oplossingen op maat.
De VMM speelde binnen dit project een cruciale rol bij de technologische ontwikkeling.
- Het Telraam 2.0 telt hoeveel auto’s, voetgangers en fietsers passeren aan je raam. Deze nieuwe verkeerssensoren kosten een pak minder dan de klassieke tellussen.
- SODAQ-luchtkwaliteitssensoren klik je vast op je fiets of aan je rugzak voor metingen tijdens je rit.
- Zelfbouwpakketten met luchtpijpsensoren.
- NO2-sensorboxen meten de impact van verkeersmaatregelen aan de hand van de uitstoot van stikstof. In Gent gebruikte men deze sensoren bij de invoer van het wijkmobiliteitsplan.
- Met Digitaal Vlaanderen werden er dashboards ontwikkeld waar burgers en beleidsmakers de data konden opvolgen.
- Smartphoneapplicaties konden gegevens over de ritten registreren.
Scholen als katalysator voor meer bewustzijn?
Werk je met leerlingen, dan neem je hun hele omgeving mee in het verhaal. Ook ouders, familie en vrienden uit allerlei socio-economische klassen voor wie luchtkwaliteit anders misschien een ver-van-mijn-bedshow blijft. Qua bewustwordingscampagne kan dat tellen.
Intussen in Herzele
We keren terug naar de vijfdejaars uit het Sint-Paulus Instituut. Leerkracht Annelies Louage zette samen met de VMM en Digitaal Vlaanderen een heuse lessenreeks op poten, met als ultiem doel meer bewustzijn te creëren rond luchtkwaliteit en onze eigen impact hierop.
Om dit zo tastbaar mogelijk te maken, bevestigden de leerlingen SODAQ-sensoren aan hun fiets of schooltas en registreerden ze het fijnstof op de route van huis naar school.
Midden januari 2024 gaf de leerkracht een inleidende les over luchtkwaliteit aan de hand van het informatiepakket dat de VMM ontwikkelde binnen CompAIR.
Wat volgde was een informatiesessie van de VMM en Digitaal Vlaanderen over de werking van de Sodaqsensoren, de Dynamic Exposure Visualisation App (DEVA-app) en het Dynamic Exposure Visualisation Dashboard (DEV-D).
Genoeg theorie, tijd voor actie! Vier weken lang gingen de jongeren aan de slag met de SODAQ-sensoren aan hun fiets of schooltas. De resultaten verzamelden ze op de website SODAQ AIR. Wanneer de leerlingen vragen hadden, stond de VMM online paraat.
Elke leerling koos nog een bijkomend meetproject:
- Voer zelf eens een bronnenonderzoek: De leerlingen volgden zelf op wanneer hun sensor een verhoogde concentratie fijnstof aangaf en gingen dan op zoek naar de oorzaak. Lag het aan auto’s of aan houtstook? Zo leerden ze dat houtkachels vaak de voornaamste bron van fijnstof blijken.
- Bouw je eigen luchtpijpsensor: Een doe-het-zelfproject waarbij de leerlingen hun eigen sensor bouwden, ophingen en er ook metingen mee uitvoerden.
- Maak je eigen houtstookkaart: De leerlingen onderzochten de routes in de omgeving op zoek naar houtstookpieken. Waar brandt de haard?
- Vind de schoonste route: Op welke route naar school ademen de leerlingen de kleinste concentratie fijnstof in?
En dan … de resultaten
Na afloop van de meetfase presenteerden de leerlingen hun resultaten aan hun klasgenoten, de leerkracht en de VMM. Zo ontdekten ze onder meer welke routes in hun buurt verhoogde concentraties fijnstof aangaven als gevolg van landbouwactiviteit.
Ook voor de VMM was dit een leerrijk traject: aan het begin en het einde van deze lessenreeks bevroegen ze de leerlingen om zo eventuele gedragsveranderingen in kaart te brengen. En die bleken niet min: de leerlingen gaven aan dat ze maar liefst 20% minder de auto namen. Tegelijkertijd maakten ze 7% meer gebruik van actieve en collectieve vervoersmiddelen zoals bus, trein, fiets of carpooling. Bovendien zagen ze 71% meer mogelijkheden op de vraag wat ze zelf konden doen om de luchtkwaliteit te verbeteren. Luchtkwaliteit bleek na deze lessenreeks écht een thema dat leeft.
De digitale hulpmiddelen die de school gebruikte tijdens dit project waren op dat ogenblik nog volop in ontwikkeling. Dankzij de feedback van de leerlingen zijn deze tools een heel stuk gebruiksvriendelijker gemaakt. Zo is het bijvoorbeeld makkelijker geworden om te visualiseren hoeveel fijnstof je inademt op basis van je route, leeftijd, geslacht en inspanningsgraad. Ook handig is de mogelijkheid om je resultaat te vergelijken met Europese gemiddelden.
En in het Sint-Paulusinstituut? De milieuraad heeft achteraf zelfs nog een vervolgproject op poten gezet om de schoonste routes rond de school in kaart te brengen. Ook hiervoor maakten ze gebruik van de SODAQ-sensoren, de Know Your Air-website van SODAQ, de DEVA-app en het dashboard van CompAIR.
Meer meten en weten?
Ben je leerkracht en wil je aan de slag met het informatiepakket voor scholen? Hierbij de link naar het Joaquin educatief pakket voor de lagere school. Hieronder een presentatie waaruit informatie gehaald kan worden voor een les in het secundair onderwijs.
Heb je geen klas onder je hoede maar wil je wel graag zelf metingen uitvoeren met een SODAQ-sensor? Ook dat kan via deze weg, vul het contactformulier in en vindt meer informatie over de SODAQ sensor hier.
Kijk en leer: tips en ervaringen voor projecten op school
- Zorg voor toegankelijke en laagdrempelige tools: Je wil leerlingen immers motiveren en liefst zonder al te veel technische of praktische problemen aan het werk zetten. Voorzie daarom voldoende technische ondersteuning om de leerlingen terug op weg te helpen.
- Zoek een local champion: Een lokale trekker voor je project is van onschatbare waarde. De leerkracht van het Sint-Paulus instituut was onze plaatselijke heldin: een heel gemotiveerde leerkracht die zelf aan de slag is gegaan met de doe-het-zelf- en informatiepakketten.
- Het grotere plaatje: Leg de leerlingen duidelijk uit wat het einddoel is van je project. Wat wil je in kaart brengen, hoe ga je dat doen, en aan welk groter doel dragen zij hun steentje bij?