Zet je in om snelheidsbeperkingen af te dwingen

Met snelheidsbeperkingen leg je het verkeer een vaste of variabele lagere maximumsnelheid op om zo de uitstoot van verkeersgerelateerde luchtverontreinigende stoffen te verlagen.
Zet je in om snelheidsbeperkingen af te dwingen

Hiermee pak je volgende uitdagingen aan:

Hoe stel ik mezelf minder bloot aan schadelijke stoffen
Hoe richt ik mijn omgeving gezond in
Hoe beperk ik de uitstoot van voertuigen

Zo pak je het aan

Een lagere maximumsnelheid zorgt voor lagere voertuigemissies. De U-vormige relatie tussen verkeersemissie en gemiddelde snelheid is goed gedocumenteerd, vooral bij constante snelheid (zie afbeelding). De gerapporteerde studies toonden aan, zoals verwacht, dat lagere emissies de luchtkwaliteit nabij drukke wegen doen verbeteren.

Gezonde leefomgevingen creëren: focus op luchtkwaliteit © Departement Omgeving

In het algemeen verbetert een snelheidsbeperking de vrije verkeersstroom en nemen verkeersopstoppingen af, wat leidt tot minder uitlaatgassen. Wanneer voertuigen niet met een constante snelheid rijden maar juist vaak versnellen en vertragen, zie je dit positieve effect op de uitstoot niet.

Lagere emissies leiden tot lagere concentraties PM, NO2 en roet, waardoor je overeenkomstige positieve effecten vaststelt voor de gezondheid in de buurt van drukke wegen.

  • Fijn stof (PM): De emissie van PM10 daalt met 2 tot 2,5 µg/m³ (ongeveer 8%). De daling voor fijner stof is beperkter. Toch is dit resultaat beter dan wat modelstudies verwachtten.
  • Stikstofdioxide (NO2): De verlaging van NOx-emissies gaat van verwaarloosbaar tot 30%. Een tijdelijke verhoging van de maximumsnelheid deed de NOx dan weer met 20% stijgen.
  • Roet (EC): Men stelde een daling van 10% vast voor zwarte koolstof. Een tijdelijke verhoging van de maximumsnelheid zorgde voor een stijging van 17%. Modelstudies verwachtten grotere effecten nabij snelwegen.
  • Overig: In sommige gevallen was er sprake van minder verkeersopstoppingen, in andere gevallen wijzigde de doorstroom niet. Men stelde voor koolstofmonoxide (CO) afnames van 21% vast.

Snelheidsbeperkingen invoeren biedt ook nog deze voordelen:

  • Minder verkeersongevallen en -slachtoffers
  • Afname van de geluidsoverlast
  • Het aantal verkeersopstoppingen neemt af
  • Lager brandstofverbruik, en daarmee verbonden ook een lagere uitstoot van broeikasgassen.
  • Hogere levensverwachting voor de omwonenden van snelwegen

Meer weten

Metingen bij snelheidsverlaging

Amsterdam, Nederland -2008

In Amsterdam voerde men een snelheidsbeperking in op een deel van de A10 dat door woongebied loopt. Meetstations registreerden er fijn stof, stikstofoxide (NOx) en roet. Ter vergelijking maten de onderzoekers ook de luchtkwaliteit op een stuk van de A10 waar de maximumsnelheid niet verlaagd was. (Dijkema et al. 2008).

Metingen bij snelheidsverlaging

Rotterdam, Nederland - 2003-2014

In 2003 bracht men op de A13 de maximumsnelheid van 100 naar 80 km per uur op een strook van 3 kilometer. Om politieke redenen trok men de maximumsnelheid in 2012 weer op tot 100 km/u. Een gerechtelijke beslissing uit 2014 schroefde de snelheid opnieuw terug tot 80 km/u. Een automatische trajectcontrole zorgde voor de handhaving van de snelheidsbeperking, behalve in de periode 2012-2013. Op verschillende afstanden van de snelweg onderzocht men de concentraties PM10, CO, NOx en CO2 (Wesseling et al. 2003). Zowel voor als na de snelheidsbeperking nam men er ook de verkeersstroom en luchtkwaliteit onder de loep. (Willers, 2013).

Effect van snelheidsbeperking & verkeerslichtcoördinatie op voortuigemissies

Vlaanderen, België - 2011

In Vlaanderen voerde men modelstudies uit met snelheidsbeperkingen op snelwegen (Lefebvre et al. 2011) zowel als in residentiële gebieden (Madireddy et al. 2011).

Studies snelheidsbeperkingen

Barcelona, Spanje - 2007-2013

Twee studies onderzochten de impact van zowel vaste als variabele snelheidsbeperkingen (ingevoerd in 2007 en 2009) op delen van stedelijke snelwegen met veel verkeersopstoppingen in Barcelona. (Germà Bel et al., 2015; Baldasano et al., 2010).

Meer informatie

Was deze informatie nuttig?